1. Jelle Postma werd tot twee weken vóór 5 oktober 2026 door de Nederlandse massamedia als expert opgevoerd in relatie tot onderwerpen als aanslagen op spoorwegen, de verkiezingswinst van de AfD in Duitsland, de droge zomer en het verzet tegen asielzoekerscentra. Op 23 september 2026 gold Postma in de massamedia als iemand die boven de partijen stond.
2. Op 23 september 2026 verscheen in EW Magazine een artikel van Nard Lodewijk en Josephine Ummels, waarin werd onthuld dat Jelle Postma's stichting Justice for Prosperity (JfP) gefinancierd werd door de Nederlandse miljonairs Menno Witteveen en Maarten Koopman.
3. JfP produceert rapporten die de rol van extreemrechtse organisaties achter maatschappelijke onrust over onderwerpen als migratie, gendervraagstukken, klimaat, de agrarische sector en de oorlog in Oekraïne moeten aantonen.
4. Postma werd in de media, zoals in NRC, opgevoerd als expert die stelde dat rellen in Loosdrecht grotendeels het werk waren van een internationaal fascistisch netwerk, met Identitair Verzet als belangrijkste speler, verbonden aan Forum voor
5. In 2024 schreef De Groene een artikel samen met Postma over pogingen om het recht op abortus en lhbtiq+-rechten te beperken, waarin Eva Vlaardingerbroek, Thierry Baudet, Geert Wilders, Victor Orbán en Rusland een rol speelden volgens Postma.
6. In 2026 maakte het NPO-programma Pointer samen met Postma een programma over extreemrechtse groepen die asielzoekerscentra zouden willen tegenhouden, waarbij Postma onder meer Russische oligarchen, Eva Vlaardingerbroek, PVV, VVD, conservatieve Christelijke groepen, Big Tech en Big Oil noemde als bedreigingen voor de Nederlandse democratie.
7. Volgens Postma vormen deze groepen en individuen een 'unholy alliance' die met desinformatie en beïnvloeding angst zaait en de democratie ondermijnt.
8. In het JfP-rapport 'Unveiling Subversive Power' worden naast FvD, Eva Vlaardingerbroek en dissidente media ook Steven Schuurman, René Moos, de ChristenUnie en LTO Nederland genoemd als bedreigingen voor de democratische samenleving. Uit dit rapport wordt niet duidelijk waarop de aantijgingen zijn gebaseerd, noch wie welke bedragen verdient of welke partij macht en invloed verwerft. De financiering voor dit rapport kwam van SIDN.
9. JfP wil "verborgen risico’s voor de democratie en kwetsbare groepen" blootleggen, zoals "desinformatie, geheime netstromen, verborgen geldstromen en manipulatietactieken".
10. Postma gelooft niet in het enkel publiek maken van zijn 'onthullingen' en stelt dat de desinformatie van de 'unholy alliance' te effectief is om te bestrijden met feiten en cijfers.
11. Op een bijeenkomst van Europol stelde Postma dat de rechtsstaat met zijn wetten, aanklagers en rechters niet in staat is de democratie te beschermen tegen legitieme maar schadelijke invloed.
12. Postma pleitte op zijn LinkedIn-pagina in de zomer van 2026 voor het opsporen van netwerken en taalgebruik 'voordat er aanleiding is voor een melding of rapportage', en adviseerde: "Handel vóórdat het incident plaatsvindt".
13. Postma gaf in september 2026 in de RTL-4-talkshow Renze aan bereid te zijn de democratie aan de wilgen te hangen zolang mensen elkaar veilig houden, kunnen zijn wie ze willen zijn en financiële stabiliteit hebben, ongeacht de benaming.
14. Postma uitte de wens voor een groot, charismatisch politiek leider die een droom kan bieden om aan polarisatie en angstzaaierij een einde te maken en de democratie of "iets dergelijks" te beschermen.
15. Hoogleraar onderzoeksjournalistiek en ex-NCTV'er Nikki Sterkenburg omschreef de kwaliteit van de rapporten van JfP als ondermaats, en zou studenten die dergelijk werk inleverden een onvoldoende geven.
16. Een mogelijke verklaring voor de kritiekloze houding ten opzichte van Postma's rapporten is zijn connectie met de inlichtingendiensten, hoewel een anonieme AIVD-veteraan aangaf dat Postma bij de AIVD nooit betrokken was bij de materie waarover hij nu rapporteert.
17. Minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken heeft laten uitzoeken of de rapporten van JfP geschikt zijn om beleid op te baseren.
18. De Europese Media Act (EMFA), opgericht onder de Europese Media Freedom Act, zou volgens Villamedia de persvrijheid beperken en in strijd zijn met artikel 7 van de Grondwet, doordat het overheden meer bevoegdheden geeft tot structureel afluisteren van journalisten en de rol van nationale instanties vervangt. Sinds de oprichting van de EMFA in 2025 heeft het Nederlandse Commissariaat voor de Media (CvdM) intensiever contact met de Europese Commissie.
19. Het CvdM neemt deel aan het Contactcomité voor de uitvoering van de Audiovisual Media Services Directive (AVMSD), dat wordt voorgezeten door de Europese Commissie, wat leidt tot kritiek op politiek gestuurde mediaregulering.
20. Het CvdM onderhoudt ook directe contacten met DG CONNECT van de Europese Commissie, verantwoordelijk voor controle op digitale media en platformregulering, en heeft de beleidsdoelstellingen van de Commissie uit 2025-2029 overgenomen.
21. DG CONNECT heeft wetgeving gelanceerd zoals de AI Act, Digital Services Act, Digital Markets Act, Data Act en de Cyber Resilience Act, wat door bedrijven en lidstaten als een 'reguleringstsunami' wordt ervaren.
22. DG CONNECT ligt onder vuur van burgerrechtenorganisaties vanwege het plan 'Chatcontrole', dat wordt gezien als een aanval op end-to-end encryptie en massasurveillance.
23. Sinds de invoering van de Digital Services Act in 2024 werkt het CvdM nauw samen met Brussel rond internet-thema's, waaronder de bestrijding van desinformatie en buitenlandse beïnvloeding.
24. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft ook een overeenkomst met de Europese Commissie gesloten om sociale media van Nederlandse gebruikers te controleren.
25. De bestrijding van politiek ongewenste 'desinformatie' speelt een hoofdrol in de samenwerking tussen de Europese Commissie, het CvdM en de ACM.
26. Europese programma's en overlegstructuren richten zich op buitenlandse beïnvloeding, Russische desinformatie, verkiezingsintegriteit en online manipulatie.
27. De Europese Media Act, met de bijbehorende programma's, kan leiden tot politieke druk op nieuwsredacties via nationale instanties als het CvdM en de ACM.
28. Amma Asante, voorzitter van het CvdM, werd in februari 2025 gekozen tot vicevoorzitter van de Mediaraad en eind 2025 tot voorzitter van de EU-Mediaraad, wat Nederland een voorbeeldfunctie geeft binnen de EU inzake mediatoezicht.
29. Er is een Europees bestuurlijk ecosysteem ontstaan waarin de Europese Commissie, nationale toezichthouders, platforms, factcheckorganisaties en maatschappelijke organisaties elkaar informeren over schendingen van EU-mediawetgeving.
30. De Europese Commissie stuurt via nieuwe mediawetten die nationale wetten overstijgen, gecontroleerd door vier EU-organisaties, waarbij de rol van het CvdM en de ACM is uitgebreid tot toezicht op mediabedrijven en platforms.
31. Een EU-website, opgezet tijdens de coronacrisis, toont onderzoek naar optimale manieren om menselijk gedrag via televisieprogramma's te sturen, met prioriteiten die verschoven zijn van groene groei naar oorlogsvoorbereiding.
32. Een BIT-onderzoek bespreekt methodes om kijkers onbewust te sturen naar acceptatie van klimaatbeleid en CO2-reductie, teneinde de weg vrij te maken voor acceptatie van hogere belastingdruk.
33. Volgens het BIT-rapport is televisiekijken nooit neutraal en beïnvloedt alles dat media tonen de normen en overtuigingen van kijkers.
34. Het rapport pleit ervoor dat omroepen deze invloed bewust inzetten om "pro-klimaatbeheersingspolitiek" te normaliseren door middel van gedragswetenschappelijke mechanismen zoals sociale normering, framing, emotionele besmetting, narratieve identificatie en conditionering.
35. 'Groene' televisie kan gecreëerd worden door het tonen van duurzaam gedrag in programma's, het verhogen van schermtijd voor milieuthema's, het bekritiseren van systemen die niet bijdragen aan de groene agenda, en het inzetten van effectieve boodschappers zoals experts en bekende personen.
36. Het BIT-rapport waarschuwt dat klimaatboodschappen niet te duidelijk of moralistisch mogen zijn, omdat dit wantrouwen bij kijkers kan opwekken.
37. Kijkgedrag en donaties moeten worden gemeten om de effectiviteit van 'groene' uitzendingen te analyseren.
38. 'Nudging' wordt ingezet om subtiel gedrag te sturen zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn, met als doel de acceptatie van klimaatbeleid en CO2-reductie te verhogen.
39. Televisie wordt ingezet om een specifieke beleidsagenda te normaliseren, wat verder gaat dan de geaccepteerde rol van media om te informeren.
40. Veel van de voorgestelde BIT-strategieën zijn zichtbaar in Nederlandse tv-programma's, zoals het lifestyleprogramma 'BinnensteBuiten' en het programma 'Keuringsdienst van Waarde' dat voedselproductie en -consumptie onderzoekt.
41. KRO-NCRV heeft de bewuste strategische keuze gemaakt zich te profileren als dé groene omroep.
42. De Evangelische Omroep (EO) omarmt de groene ideologie, onder meer via de voormalige serie 'Rot op met je milieu'.
43. Programma's zoals 'Rot op met je milieu' stuurden duidelijk op CO₂-reductie vanuit Nederlandse huishoudens, met nudging-technieken zoals het stimuleren van collectieve verantwoordelijkheid en het bespelen van schuldgevoelens.
44. De NPO is actief met Klimaat Themaweken en campagnes waarin meerdere publieke omroepen tegelijkertijd dezelfde milieuthema's aanspreken.
45. Een academische studie uit 2014 beschrijft hoe soapseries, zoals de Nederlandse serie GTST, ingezet kunnen worden om de groene transitie te bevorderen.
46. De EU verstrekt subsidies aan documentairemakers die CO₂-reductie, de Green Deal en 'groene groei' promoten, via het EBU-fonds.
47. Vanaf 2020 zijn er enorme investeringen in tijd, geld en audiovisuele producties gericht op klimaat en CO₂, om de Nederlandse bevolking te sturen naar een lifestyle die gepropageerd wordt door de EU en partijen als D66, CDA en VVD, en die gericht is op meer consumptie en belastingen richting de groene agenda.
48. Een nieuwe campagne, uitgerold vanuit de EU, NAVO en de nieuwe regering, maakt gebruik van dezelfde kennis als beschreven in het BIT-rapport, gericht op oorlogsvoorbereiding en militaire bewapening, met inzet van 'beroemdheden' zoals koningin Máxima.
49. Edward Bernays, neef van Sigmund Freud, wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne public relations (PR) en stelde in zijn boek 'Propaganda' (1928) hoe politiek en bedrijfsleven via technieken de meningen van het publiek kunnen sturen.
50. Bernays' uitgangspunt is dat massa's richting nodig hebben van 'onzichtbare leiders' die de publieke opinie vormen, en dat bewuste manipulatie van gewoonten en meningen essentieel is in een democratische samenleving.
51. De ideeën van Bernays worden wereldwijd toegepast in marketing, politiek, media en sociale netwerken, met een toename in het gebruik van zijn technieken vanaf het begin van de 21e eeuw in de VS.
52. Bernays stelt dat een 'onzichtbare regering' via georganiseerde communicatie (advertenties, nieuwsberichten, opinieleiders, influencers) onze meningen, gewoonten en verlangens vormt, en ziet dit als een manier om orde te scheppen en richting te geven aan collectief gedrag.
53. De Europese Green Deal wordt onder de aandacht gebracht via propagandamiddelen en campagnes op EU-niveau en door lidstaten.
54. Bernays beschouwt propaganda als moreel neutraal, afhankelijk van wie het toepast en met welk doel.
55. Joseph Goebbels paste Bernays' ideeën toe, zoals de creëatie van een 'Führercultus' rond Adolf Hitler. Bernays beschreef later dat de nazi's zijn boeken gebruikten als basis voor een vernietigende campagne tegen de Joden in Duitsland.
56. In de politiek worden verkiezingen vooral gewonnen op het vermogen om het publiek emotioneel te raken en vertrouwen op te bouwen, waarbij politici hun 'imago' zorgvuldig moeten opbouwen via mediacampagnes en publieke optredens.
57. Een effectieve propagandist maakt gebruik van autoriteit (experts, beroemdheden), traditie, mode en sociale normen om de boodschap kracht bij te zetten.
58. Bernays benadrukt het belang van het creëren van sociale druk, waarbij mensen sneller geneigd zijn iets over te nemen als ze geloven dat 'iedereen het doet'.
59. De propagandist of PR-professional wordt door Bernays gezien als een maatschappelijk ingenieur die boodschappen vormgeeft om te resoneren met de verlangens en denkpatronen van het publiek.
60. Mensen in groepen denken volgens Bernays niet rationeel en kritisch, maar reageren voornamelijk op emoties, beelden, herhaling en autoriteit.
61. Massamedia spelen een sleutelrol als 'vermenigvuldiger' van propaganda, waarbij kranten, radio, film en televisie worden gebruikt om de publieke opinie te vormen.
62. Bernays toont hoe universiteiten gebruikt kunnen worden om ideeën, merken of politieke visies te verspreiden via 'indirecte propaganda'.
63. Het boek 'Propaganda' van Edward Bernays is invloedrijk en controversieel, en vormt de basis voor onder andere psychologische oorlogsvoering en moderne PR-campagnes.
64. Het boek roept ethische vragen op over wie bepaalt wat 'goed' is en hoe transparant politieke beïnvloeding is.
65. Door de vraag regelmatig aan jezelf te stellen of overtuigingen echt van jezelf zijn, draagt dit bij aan een kritische houding tegenover politieke propaganda.
Popup content goes here.
Met een account heeft u de mogelijkheid om het gehele nieuwsoverzicht te bekijken en op ieder artikel een reactie-icoon te geven.
Met Newsfacts.info kunt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, zonder veel tijd te besteden aan het volgen van het nieuws. Ontdek vandaag nog de voordelen van Newsfacts.info!